ECLI:NL:RBDHA:2014:8106

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juni 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
2014/26
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 513 SvArt. 515, derde lid, SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens emotionele uiting tijdens strafzaak

Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen rechter mr. C.W. de Wit wegens het tonen van emoties tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn zaak. Volgens verzoeker wekte dit de schijn van vooringenomenheid, vooral met het oog op de strafmaat, aangezien hij een bekennende verklaring wilde afleggen.

De wrakingskamer behandelde het verzoek mondeling op 13 juni 2014, waarbij zowel verzoeker als de rechter aanwezig waren. De rechter gaf aan dat het dossier emotionele elementen bevatte en dat hij bij het voorlezen van een passage over minderjarige kinderen werd overmand door emoties, wat resulteerde in een enkele traan. Hij ontkende dat dit duidde op vooringenomenheid.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die het tegendeel bewijzen. Het tonen van emoties in deze context was onvoldoende om een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid aan te nemen.

Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het strafproces voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek. De beslissing werd ter zitting uitgesproken en schriftelijk vastgelegd, met toezending aan alle betrokken partijen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter De Wit is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vooringenomenheid.

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2014/26
zaak-/rekestnummer: C/09/467817 KG RK 14-1185
parketnummers: 09/754003-12; 09/765012-14 (ttv. gev.)
datum beschikking: 13 juni 2014
BESLISSING
op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 513 van Pro het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van:
[verzoeker]
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [p.i.],
verzoeker,
raadsman: mr. R.A. van der Horst;
strekkende tot wraking van:
mr. C.W. de Wit
rechter in de rechtbank Den Haag.

1.De voorgeschiedenis en het procesverloop

Verzoeker is gedagvaard om op 13 juni 2014 als verdachte te verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank. Op die datum is de strafzaak tegen verzoeker behandeld.
Ter zitting heeft de raadsman namens verzoeker de rechter gewraakt. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarin de gronden van de wraking zijn opgenomen.

2.De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 13 juni 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman, is verschenen. De rechter is eveneens ter zitting verschenen.
Na de behandeling van het verzoek is onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Deze beslissing vormt de uitwerking daarvan.

3.Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen verzoeker en zijn medeverdachte heeft de rechter een passage uit het dossier voorgehouden. Daarbij heeft de rechter zijn emoties niet in bedwang kunnen houden. Door het tonen van zijn emoties, hetgeen volgens de raadsman zelden tot nooit voorkomt bij een rechter, heeft de rechter de schijn van vooringenomenheid gewekt. Dit speelt in het bijzonder een rol bij de beoordeling van de ernst van de feiten in het kader van de strafmaat, nu verzoeker ter zitting reeds heeft aangegeven een bekennende verklaring te willen afleggen.

4.Het standpunt van de rechter

De rechter heeft ter zitting medegedeeld niet te berusten in het wrakingsverzoek. Hij verwijst voor het verloop van de zitting naar de inhoud van het proces-verbaal van de zitting van 13 juni 2014. Verder heeft de rechter aangegeven dat het strafdossier elementen bevat die bij een ieder emoties kunnen oproepen. Dat geldt ook voor de passage die hij doende was voor te houden. Op het moment dat hij de passage wilde voorhouden, kreeg hij het beeld dat beschreven werd in die passage op zijn netvlies, waardoor hij werd overmand door emoties. Zijn stem sloeg over en hij kreeg tranen in de ogen. Één enkele traan is over zijn wang gerold. Hierdoor is volgens de rechter echter geen sprake van enige vooringenomenheid.

5.De beoordeling

5.1.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
5.2.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.
5.3.
Ter beoordeling ligt voor de vraag of het tonen van emotie door de rechter tot het oordeel dient te leiden dat de rechter vooringenomen is, dan wel de schijn heeft gewekt vooringenomen te zijn. Naar het oordeel van de wrakingskamer dient deze vraag in het onderhavige geval ontkennend te worden beantwoord. De passage die de rechter heeft voorgehouden betreft een situatie waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken. Dat het gehele dossier emotionele elementen bevat en dat de bewuste passage in het bijzonder bij een ieder bepaalde emoties kan oproepen, wordt door alle betrokkenen erkend. Het enkele tonen van door die passage te verklaren emoties door de rechter is dan onvoldoende om te leiden tot het oordeel dat de rechter vooringenomen is, althans dat de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid is ontstaan, in dit geval met betrekking tot het oordeel van de rechter omtrent de strafmaat. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder 3. weergegeven geven dan ook geen grond te vrezen dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek tot wraking zal daarom worden afgewezen.

6.De beslissing

De wrakingskamer:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 515, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker p/a zijn raadsman mr. R.A. van der Horst;
• de officieren van justitie mr. N.H. Vogelenzang en mr. R.A.E. van Noort;
• de rechter mr. C.W. de Wit;
Aldus ter terechtzitting van deze rechtbank uitgesproken op 13 juni 2014 door mrs. G.P. van Ham, J.Th. van Walderveen en M. Knijff in tegenwoordigheid van mr. J. Roosma als griffier.
Bij verhindering van de voorzitter van de wrakingskamer is deze beslissing ondertekend door de oudste rechter.