Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De verdere procedure
2.De beoordeling
€ 1.621,40 inclusief 21% btw.
Rechtbank Den Haag
In deze letselschadezaak heeft verzoekster een voorlopig deskundigenonderzoek laten uitvoeren naar het handelen van de oogartsen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De deskundige, oogarts prof. dr. P.J. Ringens, bracht een definitief rapport uit waarin werd geconcludeerd dat de oogartsen destijds volgens de geldende regels hebben gehandeld.
Partijen hebben geen bodemprocedure aanhangig gemaakt en de rechtbank moest op grond van artikel 205 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepalen wie de kosten van het deskundigenonderzoek moet dragen. Het LUMC stelde dat verzoekster de kosten moet dragen omdat niet is komen vast te staan dat het LUMC aansprakelijk is, terwijl verzoekster zich op het oordeel van de rechtbank beroept.
De rechtbank oordeelde dat het niet aan haar is om in dit stadium over de aansprakelijkheid te beslissen, omdat het debat hierover nog niet is gevoerd en partijen dit kennelijk ook nog niet aan de rechter willen voorleggen. Op basis van het deskundigenrapport en de omstandigheden van het onderzoek wees de rechtbank de kosten toe aan verzoekster, omdat uit het rapport volgt dat de oogartsen volgens de regels hebben gehandeld.
De rechtbank veroordeelde verzoekster tot betaling van € 1.621,40 aan de griffier, inclusief btw, als vergoeding voor het loon van de deskundige. Deze beschikking werd op 20 juni 2014 in het openbaar uitgesproken door mr. J.L.M. Luiten.
Uitkomst: Verzoekster wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek van € 1.621,40.