ECLI:NL:RBDHA:2014:8482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning kinderpardon wegens niet voldoen aan overgangsregeling
Eisers, allen Azerbeidzjaanse nationaliteit, hebben meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerste in 1998 en een tweede na terugkeer in Azerbeidzjan in 2009. Na afwijzing van hun aanvragen en uitstel van vertrek op medische gronden, hebben zij een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen.
De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiser sub 1 niet voldeed aan de voorwaarden van de regeling, met name de eis dat hij op de peildatum van 29 oktober 2012 ten minste vijf jaar vóór zijn 18e verjaardag een asielaanvraag had ingediend en sindsdien onafgebroken in Nederland verbleef. De staatssecretaris ging uit van de tweede asielaanvraag na terugkeer, waardoor de eis niet werd gehaald.
De rechtbank oordeelt dat deze uitleg van de regeling niet onredelijk is en dat de staatssecretaris terecht geen toepassing gaf aan de afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb Pro. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat eisers nooit rechtmatig verblijf hadden en er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Azerbeidzjan voort te zetten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de overgangsregeling wordt ongegrond verklaard.