ECLI:NL:RBDHA:2014:8544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Houweling
- B. van Velzen
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van Overgangsregeling wegens vertrek uit de EU
Eisers, bestaande uit een gezin met Iraakse nationaliteit, hebben meerdere asielaanvragen ingediend. Na afwijzing van eerdere aanvragen en terugkeer naar Irak in 2010, dienden zij opnieuw aanvragen in, waaronder een aanvraag op grond van de Overgangsregeling voor langdurig in Nederland verblijvende kinderen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres 2, de minderjarige hoofdaanvrager, met haar ouders de EU aantoonbaar heeft verlaten en op het moment van de aanvraag nog geen vijf jaar onafgebroken in Nederland verbleef. Dit leidt tot een contra-indicatie op grond van de Overgangsregeling, die begunstigend uitzonderingsbeleid is.
De rechtbank oordeelt dat het vertrek op initiatief van de ouders niet aan eiseres 2 kan worden tegengeworpen, maar dat de gezinscontext bepalend is en het beleid een objectieve en redelijke grond kent om onderscheid te maken. De individuele omstandigheden, waaronder haar jeugdige leeftijd en medische situatie, rechtvaardigen geen afwijking van het beleid. Ook is het beroep op artikel 8 EVRM Pro onvoldoende onderbouwd om af te wijken van het beleid.
Ten slotte is het horen van eisers in bezwaar niet vereist omdat het besluit terecht is genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de Overgangsregeling wordt ongegrond verklaard.