ECLI:NL:RBDHA:2014:8750
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs familieband en twijfel terugkeer
Verzoekers, van Sri Lankaanse nationaliteit, vroegen een visum kort verblijf om een familiefeest in Nederland bij te wonen. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af omdat verzoekers het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende aannemelijk maakten, met name de gestelde familieband met de referenten.
Verzoekers betoogden dat aan hen visa waren verleend en vervolgens ingetrokken, maar de rechtbank oordeelde dat het plaatsen van visumstickers zonder uitreiking aan verzoekers niet als afgifte van visa geldt. De stickers waren ongeldig verklaard voordat verzoekers hun paspoorten ontvingen, en er was geen besluit genomen tot afgifte van visa.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers de familieband niet met objectieve documenten hadden aangetoond en dat de verklaringen van de referenten niet betrouwbaar waren, mede vanwege tegenstrijdigheden in eerdere asielverklaringen. Ook bestond redelijke twijfel over het voornemen van verzoekers om Nederland tijdig te verlaten.
Gelet hierop was de afwijzing van de visumaanvragen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van familieband en twijfel aan terugkeer.