Eiseres, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere BV's die handel drijven in personenauto's, bracht voorbelasting in aftrek over auto’s gefactureerd door een leverancier die betrokken was bij btw-fraude. Na een FIOD-onderzoek legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen op wegens onterecht aftrekken van omzetbelasting.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen recht op aftrek heeft voor de belasting gefactureerd door de frauduleuze leverancier, omdat zij niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was om betrokkenheid bij fraude te voorkomen. Dit volgt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie EU die stelt dat ondernemers die wisten of hadden moeten weten van fraude geen recht op aftrek hebben.
Voor de interne facturering binnen de fiscale eenheid stelde de rechtbank vast dat de omzetbelasting niet verschuldigd was, maar dat de belasting wel als verschuldigd en als voorbelasting was opgegeven. Omdat dit administratief en softwarematig is veroorzaakt en geen gevaar voor belastinginkomsten bestond, werd het weigeren van aftrek als disproportioneel en in strijd met het evenredigheidsbeginsel beoordeeld. De naheffingsaanslag werd dienovereenkomstig verminderd.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd deels gegrond verklaard, de naheffingsaanslag verminderd en de uitspraak op bezwaar vernietigd.