ECLI:NL:RBDHA:2014:8898
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens schending mededelingsplicht WW-uitkering
Eiser ontving een WW-uitkering en werkte van 3 juni tot 19 juli 2013 naast zijn uitkering zonder dit tijdig te melden aan het UWV. Verweerder legde een boete op van €2.478,40, gelijk aan het benadelingsbedrag, en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat hij door taalbarrière en misverstanden met de werkgever niet op de hoogte was van zijn meldplicht en vroeg om matiging van de boete.
De rechtbank oordeelde dat eiser bekend had moeten zijn met zijn meldplicht, dat de werkgever niet namens hem kon melden en dat eiser wel degelijk door een werkcoach was begeleid. De overtreding was verwijtbaar, maar verweerder erkende dat de oude beleidsregel tot matiging van de boete had moeten leiden. Daarom matigde de rechtbank de boete tot €1.266.
De rechtbank vond het boetebedrag proportioneel gezien de ernst van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de boete vastgesteld op €1.266. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De boete wegens het niet melden van neveninkomsten wordt gematigd tot €1.266 en het beroep van eiser wordt toegewezen.