ECLI:NL:RBDHA:2014:902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herzieningsbeschikking tegemoetkoming buitengewone uitgaven 2008
De zaak betreft een herzieningsbeschikking tegemoetkoming buitengewone uitgaven 2008, die betrekking heeft op het kalenderjaar 2007. Eiseres betwist dat de herziening tijdig is opgelegd en stelt dat de termijn van vijf jaar moet worden gerekend vanaf het kalenderjaar 2007. Verweerder stelt dat de termijn moet worden gerekend vanaf 2008, het jaar waarin de aanspraak is ontstaan.
De rechtbank stelt vast dat de termijn van vijf jaar moet worden gerekend vanaf het jaar waarin de uitgaven zijn gedaan, dus 2007. De herzieningsbeschikking is opgelegd op 29 maart 2013, binnen negen maanden na het moment waarop op 10 juli 2012 is gebleken dat de tegemoetkoming onjuist was vastgesteld. Omdat het Tijdelijk Besluit geen expliciete termijn voor herziening voorschrijft, acht de rechtbank deze termijn van negen maanden niet onredelijk.
Verder oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel of motiveringsbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de herzieningsbeschikking wordt ongegrond verklaard omdat de termijn van negen maanden als redelijke termijn wordt beschouwd.