Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
UNIVERSITEIT LEIDEN,
1.De procedure
- het op 4 maart 2014 ingekomen verzoekschrift,
- het op 25 april 2014 ingekomen verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, universitair hoofddocent in dienst van verweerder, heeft een verzoek ingediend tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor ter voorbereiding van een civiele procedure over een mondelinge overeenkomst tot beëindiging van zijn dienstverband. Verzoeker stelt dat de schriftelijke vaststellingsovereenkomst niet overeenkomt met de mondelinge afspraak en wil getuigen horen die bij het gesprek aanwezig waren.
De rechtbank overweegt dat een voorlopig getuigenverhoor uitsluitend is toegestaan ter voorbereiding van een procedure voor de burgerlijke rechter. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat een bestuursrechterlijke procedure passend is voor nakoming, maar schadevergoeding kan volgens hem wel civielrechtelijk worden gevorderd. Verweerder stelt dat sinds de invoering van titel 8.4 Awb de bestuursrechter exclusief bevoegd is voor schadevergoeding in ambtenarenzaken.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker ambtenaar is en dat de bestuursrechter op grond van artikel 8:88 en Pro 8:89 Awb exclusief bevoegd is voor schadevergoeding in deze context. Omdat het verzoek niet ziet op een civiele procedure, wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en veroordeeld in de proceskosten.