ECLI:NL:RBDHA:2014:9356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doelmatigheid en vergelijkbaarheid HBO-opleiding leraar Godsdienst in Gouda
Eiseres, Stichting Driestar Educatief, verzocht de minister om instemming voor het verzorgen van een bekostigde HBO-bacheloropleiding leraar Godsdienst in Gouda. Deze opleiding zou een bestaande niet-bekostigde opleiding vervangen. De minister weigerde instemming omdat volgens hem al ruimschoots voldoende vergelijkbare opleidingen bestonden, wat ondoelmatigheid opleverde.
De rechtbank stelt vast dat de aanvraag voldoet aan de beleidsregel voor arbeidsmarkt- en maatschappelijke behoefte en dat de opleiding past binnen het profiel van eiseres. De toetsing richt zich daarom op de vraag of de minister in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen dat er voldoende vergelijkbare opleidingen zijn.
De Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) adviseerde negatief vanwege het ruime aanbod en de lage instroom bij bestaande opleidingen. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de lichte toets toepaste en dat het advies van de CDHO en de zelfstandige motivering in het bestreden besluit voldoende zijn.
Eiseres voerde aan dat de minister ten onrechte de instroomcijfers van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) zwaar liet wegen en onvoldoende rekening hield met de verschillende identiteiten van de opleidingen. De rechtbank stelt dat denominatieve verschillen niet doorslaggevend zijn en dat de minister terecht een brede arbeidsmarktoriëntatie eist.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister mag het besluit handhaven dat het starten van de bekostigde opleiding ondoelmatig is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Driestar Educatief wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot weigering van instemming voor de bekostigde opleiding leraar Godsdienst wordt bevestigd.