ECLI:NL:RBDHA:2014:9461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verbod op overlevering aan Polen wegens medische gronden
Eiser, gedetineerd in Nederland, vordert in kort geding een verbod op zijn overlevering aan Polen vanwege ernstige medische klachten, waaronder hartproblemen en hoge bloeddruk. Hij stelt dat hij in Polen niet adequaat behandeld kan worden en dat reizen onverantwoord is.
De rechtbank overweegt dat de overlevering reeds is toegestaan door de rechtbank Amsterdam en dat de beoordeling van humanitaire gronden exclusief aan de officier van justitie toekomt. Medische rapporten, waaronder een onderzoek door de GGD en correspondentie van Poolse autoriteiten, geven aan dat eiser in Polen passende medische zorg zal ontvangen en dat hij in staat is te reizen.
De stellingen van eiser dat een operatie noodzakelijk is en dat de medische zorg in Polen onvoldoende is, worden niet ondersteund door de stukken. De rechtbank concludeert dat de officier van justitie in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat geen ernstige humanitaire redenen aan feitelijke overlevering in de weg staan. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op overlevering aan Polen wordt afgewezen wegens onvoldoende medische gronden.