ECLI:NL:RBDHA:2014:9643
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H.Th. de Boer
- R.C. Hartendorp
- M.J.J. Visser
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedreiging met brieven
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het bedreigen van een lid van de examencommissie met diverse brieven met bedreigende en beledigende inhoud.
De officier van justitie vorderde een werkstraf en diverse contact- en locatieverboden. Verdachte ontkende betrokkenheid bij het verzenden van de brieven, die in de periode augustus 2012 tot april 2013 werden verstuurd.
Hoewel DNA van verdachte werd aangetroffen op de beeldzijde van postzegels die mogelijk van een vel afkomstig waren dat bij verdachte thuis was gevonden, ontbrak forensisch bewijs dat deze postzegels daadwerkelijk van dat vel kwamen. Verdachte verklaarde dat anderen mogelijk toegang hadden tot zijn postzegels. Daarnaast werden geen vingerafdrukken van verdachte op de brieven gevonden.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de brieven had verzonden. Er was ook een scenario mogelijk waarbij een andere student met een conflict met de examencommissie de brieven had kunnen versturen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bedreiging.