ECLI:NL:RBDHA:2014:973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het afzien van persoonlijk horen van asielzoeker wegens medische omstandigheden
Eisers, Iraanse asielzoekers, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, welke door verweerder werd afgewezen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek. Eiseres 2 kon vanwege ernstige psychiatrische problematiek niet persoonlijk worden gehoord. Verweerder zag daarom af van het persoonlijk onderhoud, gesteund op een medisch rapport en de richtlijn 2013/32/EU.
Eisers stelden dat eiseres 2 zelfstandig had moeten worden gehoord en dat het afzien hiervan onzorgvuldig was. De rechtbank stelde vast dat eiseres 2 niet in staat was om gehoord te worden en dat verweerder redelijke inspanningen had verricht door eiseres 1 toe te staan namens haar dochter te verklaren.
De rechtbank concludeerde dat het afzien van het persoonlijk horen in overeenstemming was met de toepasselijke Europese richtlijn en dat dit geen negatieve invloed mocht hebben op de beslissing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het afzien van het persoonlijk horen van eiseres 2 rechtmatig was.