ECLI:NL:RBDHA:2014:9986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens schending inspanningsverplichting
Eiser is op 19 februari 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld na een periode van strafrechtelijke detentie van twee maanden. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en voerde aan dat essentiële stukken over het strafrechtelijk voortraject ontbraken in het dossier, waardoor verweerder zijn inspanningsverplichting niet had nageleefd.
De rechtbank wees het verzoek van verweerder tot aanhouding van de behandeling af, omdat de ontbrekende stukken essentieel zijn voor de maatregel en niet later ingebracht kunnen worden. De rechtbank constateerde dat verweerder de benodigde stukken niet tijdig had aangeleverd, wat het verdedigingsbeginsel schaadt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de gronden voor de maatregel onvoldoende waren onderbouwd, met name het vermeende gebruik van valse documenten en het risico op onttrekking aan toezicht. Gelet op de schending van de inspanningsverplichting en het ontbreken van voldoende draagkrachtige gronden, verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en beval onmiddellijke opheffing van de bewaring.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1010 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €974.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe.