Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [v-nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende man, diende een asielaanvraag in op grond van een vermeende oproep tot militaire mobilisatie in Oekraïne, waarop hij niet had gereageerd en vervolgens was gevlucht. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk was opgeroepen.
De rechtbank stelde vast dat eiser weliswaar geloofwaardig was over zijn identiteit en nationaliteit, maar dat zijn stelling dat hij persoonlijk een oproep had ontvangen niet met bewijs was onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat een oproep niet per se persoonlijk hoeft te worden overhandigd, maar dat eiser het van zijn ouders had kunnen navragen, wat hij niet had gedaan. Hierdoor achtte de rechtbank de verklaring van eiser niet geloofwaardig.
Omdat niet aannemelijk was dat eiser daadwerkelijk was opgeroepen, hoefde de rechtbank niet te beoordelen of hij als vluchteling kon worden aangemerkt of dat terugkeer tot een schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oproep tot mobilisatie.