ECLI:NL:RBDHA:2015:10153
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige Algerijn wegens onvoldoende zwaarwegende gronden en opvangmogelijkheden
Eiser, een minderjarige met de Algerijnse nationaliteit, diende op 29 juni 2015 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris op 10 augustus 2015 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 20 augustus 2015 en oordeelde dat de geloofwaardig geachte elementen uit het asielrelaas niet leiden tot een grond voor bescherming op basis van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat de problemen van eiser, zoals pesterijen en bedreigingen door drugsdealers, onvoldoende zwaarwegend zijn en dat hij geen bescherming heeft gezocht bij de autoriteiten. Ook is het toekomstperspectief in Algerije geen reden voor verblijfsvergunning. Daarnaast is de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Algerije beschikbaar, waar eiser eerder ook verbleef.
Het beroep op artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind faalt eveneens omdat de belangen van het kind volgens de rechtbank voldoende zijn meegewogen. De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtsgrond heeft voor verlening van een verblijfsvergunning en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.