Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
[minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] .
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met complexe problematiek, waaronder adoptieproblematiek en hechtingsstoornissen. De minderjarige verblijft sinds 2014 in een gespecialiseerde behandelsetting na seksueel misbruik.
De kinderrechter constateert dat de ouders inmiddels beter communiceren en dat de vader instemt met terugplaatsing bij de moeder. De gecertificeerde instelling twijfelt aan de opvoedkundige kwaliteiten van de moeder en wil een NIFP-onderzoek afwachten, maar dit is vertraagd door het niet ondertekenen van de moeder.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor verlenging van de machtiging niet meer of onvoldoende aanwezig zijn. De moeder beschikt op grond van eerdere adoptiescreening over voldoende opvoedvaardigheden en terugplaatsing met intensieve ambulante hulpverlening, waaronder voortzetting van speltherapie, is in het belang van de minderjarige.
Daarom wordt het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen en kan de minderjarige terugkeren naar de moeder en haar adoptiebroertje, met passende ondersteuning vanuit de ondertoezichtstelling.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing afgewezen; terugplaatsing met ambulante hulpverlening toegestaan.