ECLI:NL:RBDHA:2015:1028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening nabestaandenuitkering op grond van huwelijk echtgenoot met twee echtgenotes
Eiseres ontvangt sinds februari 2012 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Verweerder heeft deze uitkering herzien omdat de echtgenoot van eiseres ook getrouwd was met een andere vrouw, [A], met wie het huwelijk niet is ontbonden. Op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko hebben eiseres en [A] samen recht op één volledige nabestaandenuitkering, waardoor eiseres slechts aanspraak kan maken op de helft.
Eiseres betwist dat er ooit een huwelijk tussen haar echtgenoot en [A] heeft bestaan en stelt dat dit huwelijk geëindigd was voordat zij in 1977 trouwde. De rechtbank acht de door verweerder overgelegde documenten en eerdere uitspraken voldoende aannemelijk dat het huwelijk tussen de echtgenoot en [A] wel degelijk heeft bestaan en nog bestond in 1991. Ook het standpunt van eiseres dat het huwelijk was beëindigd wordt onvoldoende onderbouwd.
Verder stelt eiseres dat het beleid van verweerder ten aanzien van artikel 3, tweede lid van de Anw haar ten goede zou moeten komen omdat [A] duurzaam gescheiden zou leven en een gezamenlijke huishouding voert met een ander. De rechtbank volgt dit niet omdat het beleid gelezen moet worden vanuit de positie van de echtgenoot als centrale persoon, en niet vanuit [A].
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de uitkering heeft herzien en dat er geen dringende redenen zijn om van herziening af te zien. Ook de financiële situatie van eiseres leidt niet tot het oordeel dat herziening kennelijk onredelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening van de nabestaandenuitkering wordt ongegrond verklaard.