ECLI:NL:RBDHA:2015:10403
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorschotvordering omzetschade na ontbinding huisartsenmaatschap
X en Y waren partners in een huisartsenmaatschap die in oktober 2014 werd ontbonden nadat X naar een andere praktijk was vertrokken. X vordert een voorschot op omzetschade omdat volgens het maatschapscontract bij ontbinding een verdeling bij helfte geldt, terwijl meer patiënten bij Y zijn gebleven.
Y voert gemotiveerd verweer dat X reeds gecompenseerd is, dat er al een eerdere patiëntenverdeling was en dat X zelf de keuze maakte om te verhuizen, waardoor patiënten niet volgden. Ook betwist Y de hoogte van de gevorderde schadevergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitkomst van de bodemprocedure niet met voldoende waarschijnlijkheid kan worden voorspeld en dat een kort geding niet geschikt is voor nader feitenonderzoek. Tevens is het spoedeisend belang van X onvoldoende aangetoond, mede gelet op zijn financiële situatie.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt X veroordeeld in de proceskosten. Alle overige geschilpunten blijven voor de bodemprocedure.
Deze uitspraak benadrukt de terughoudendheid bij kort gedingen voor geldvorderingen die nader onderzoek vereisen en het belang van een voldoende onderbouwd spoedeisend belang.
Uitkomst: De vordering tot voorschot op omzetschade wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onzekerheid over de bodemprocedure.