ECLI:NL:RBDHA:2015:10595
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie kinderalimentatiebeschikking wegens gewijzigde omstandigheden
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen. De man was verplicht kinderalimentatie te betalen, maar stopte hiermee vanaf april 2011. Na diverse procedures werd de alimentatie met ingang van 1 januari 2015 op nihil gesteld, maar niet voor de periode 1 oktober 2011 tot 1 januari 2015. De man startte een kort geding om de executie van de beschikking van 2008 te schorsen tot het hoger beroep is beslist.
De rechtbank overweegt dat de vrouw in beginsel bevoegd is de beschikking uit 2008 uit te voeren, maar dat schorsing mogelijk is als de tenuitvoerlegging een noodtoestand veroorzaakt. Nieuwe feiten, waaronder een definitieve afwijzing van een WIA-uitkering en het ontbreken van inkomen van de man sinds 2011, maken een eerdere nihilstelling van de alimentatie aannemelijk. De man kan de vordering alleen voldoen door verkoop van zijn woning, wat onherstelbare gevolgen zou hebben.
De belangen van de vrouw worden meegewogen, maar zij verkeert niet in financiële nood en kan de bodemprocedure afwachten. De voorzieningenrechter wijst de vordering van de man toe, legt een gematigde dwangsom op en bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van de alimentatiebeschikking tot het hoger beroep is beslist, onder oplegging van een dwangsom.