ECLI:NL:RBDHA:2015:10614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende aantoonbare terugkeergarantie naar Marokko
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg een visum aan voor kort verblijf in Nederland bij haar echtgenoot. Verweerder weigerde het visum op grond van twijfel aan haar intentie om Nederland voor het verstrijken van het visum te verlaten. De rechtbank bevestigt dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij tijdig zal terugkeren naar Marokko.
Eiseres stelde dat haar sociale en economische binding met Marokko sterk is, onder meer omdat zij mantelzorger is voor haar zieke moeder en geen intentie heeft om in Nederland te gaan samenwonen. De rechtbank oordeelt echter dat zij formeel deel uitmaakt van het gezin van haar echtgenoot in Nederland, financieel afhankelijk is van hem, en dat niet vaststaat dat anderen in Marokko de mantelzorg kunnen overnemen tijdens haar verblijf in Nederland.
Ook de economische binding is onvoldoende onderbouwd, aangezien zij geen opleiding volgt, geen betaald werk heeft en bankafschriften geen binding aantonen. De garantstelling door een familielid en het bezit van een retourticket bieden geen voldoende garantie voor terugkeer. Daarnaast faalt het verweer dat verweerder haar in bezwaar had moeten horen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.P. Hameete op 8 september 2015.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het visum bevestigd.