ECLI:NL:RBDHA:2015:10683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Oekraïense eisers wegens onvoldoende bescherming en geloofwaardigheid
Eisers, beiden Oekraïense staatsburgers, dienden meerdere asielaanvragen in Nederland in, die telkens werden afgewezen met verwijzing naar de verantwoordelijkheid van Polen en het ontbreken van voldoende bewijs voor vervolging of schending van mensenrechten.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiser op hoofdlijnen geloofwaardig was, maar dat de problemen van eiser met een criminele groepering geen grond vormden voor bescherming onder het Vluchtelingenverdrag. Eisers konden geen aannemelijke reden geven waarom zij geen bescherming van de Oekraïense autoriteiten konden inroepen.
De rechtbank wees ook het beroep af omdat het ontbreken van originele documenten en onvoldoende samenhangende verklaringen de geloofwaardigheid en verifieerbaarheid van de aanvragen ondermijnden. Er was geen sprake van een situatie die bescherming op grond van artikel 15 van Pro Richtlijn 2004/83/EG rechtvaardigde.
Verder werd vastgesteld dat de strafzaak tegen de vader van eiser berustte op valse beschuldigingen en dat de rechterlijke macht in Oekraïne functioneert. Eisers maakten niet aannemelijk dat zij bij terugkeer een reëel risico liepen op disproportionele straf of schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvragen, waarbij geen kosten werden toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen van eisers.