Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
4.Bewijsoverwegingen
[slachtoffer] is tegen verdachte aan gesprongen, heeft verdachte getackeld en echt onderuit gehaald. Getuige heeft verdachte twee keer geschopt en een keer met een riem geslagen. De klap met de riem en de trappen waren voluit.
[slachtoffer] had verdachte zodanig in een houdgreep, dat hij zich niet kon bewegen. Volgens mij had hij dus geen bewegingsruimte.
Het invliegen met die karatetrap door [slachtoffer] was voor ons de grens. Hierdoor werd het heftiger. (nader, p. 246):
het schoppen ging met volle kracht. Het was nu niet meer eerlijk aangezien de worsteling nu dus 2 tegen 1 was. Wij hadden het idee dat het mogelijk uit de hand ging open.(verhoor RC):
Verdachte kon de schoppen in zijn onderrug niet afweren. Wij vonden het niet meer kunnen.
combinatievan het vasthouden door [slachtoffer] van verdachte en het tegelijkertijd hard en herhaaldelijk schoppen en slaan van verdachte door [getuige 1] valt aan te merken als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lichaam van verdachte waartegen hij zich mocht verweren, wat betekent dat er sprake was van een noodweersituatie aan de kant van verdachte.