Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 september 2015 in de zaak tussen
[eiseres] gevestigd te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Verweerder heeft eiseres bij vijf afzonderlijke brieven verzocht tot terugbetaling van bijdragen uit het btw-compensatiefonds over de jaren 2003 tot en met 2007. Eiseres maakte bezwaar tegen deze brieven, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarna de Hoge Raad het arrest van het Hof vernietigde en de zaak terug verwees naar de rechtbank.
De Hoge Raad oordeelde dat de brieven geen beschikkingen zijn in de zin van artikel 9, lid 4, van de Wet op het BTW-compensatiefonds en verwees de zaak terug naar de rechtbank om te beoordelen of de brieven besluiten zijn als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank overweegt dat het beoogde rechtsgevolg van de brieven alleen met een beschikking kan worden bereikt en dat de brieven zelf geen besluiten zijn in de zin van de Awb.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om over de zaak te oordelen als bestuursrechter. Geschillen over onverschuldigde betalingen kunnen volgens de rechtbank door partijen aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat de brieven geen besluiten zijn in de zin van de Awb.