Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M. Shaaban,
Rechtbank Den Haag
De werknemer was sinds 2004 in dienst bij Jobcenter, aanvankelijk voor bepaalde tijd en vanaf 2007 voor onbepaalde tijd. Op 15 januari 2015 werd hij op staande voet ontslagen wegens discriminerende uitspraken, maar dit ontslag hield in rechte geen stand. Op 5 maart 2015 kreeg hij een schriftelijke waarschuwing vanwege zijn werkhouding en gedrag.
Op 4 maart 2015 meldde de werknemer zich ziek en werd door de bedrijfsarts volledig arbeidsongeschikt verklaard. Jobcenter schakelde een recherchebureau in dat in maart 2015 constateerde dat de werknemer ondanks zijn arbeidsongeschiktheid diverse werkzaamheden verrichtte, waaronder het vervoeren en laden van kratten. De werknemer ontkende dit en gaf aan alleen vrienden te bezoeken.
Jobcenter ontsloeg de werknemer op 31 maart 2015 opnieuw op staande voet. De werknemer betwistte dit ontslag en vorderde in kort geding wedertewerkstelling en loonbetaling. De kantonrechter oordeelde dat de waarnemingen van het recherchebureau niet aannemelijk konden worden weersproken en dat de werknemer zijn verplichtingen als arbeidsongeschikte had geschonden. Daarom werd de vordering afgewezen en werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot wedertewerkstelling en loonbetaling zijn afgewezen wegens het verrichten van werkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid.