Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[A],
[B],
[C],
B & S PAUL GLOBAL B.V.
[D],
[E],
1.De procedure
- Het vonnis tussen partijen in het bevoegdheidsincident van 18 maart 2015 en de daarin genoemde stukken;
- de incidentele conclusie tot schorsing en zekerheidstelling van [A] met producties 1 tot en met 4;
- de incidentele conclusie van antwoord, met productie 25;
- de akte uitlaten producties van [A] van 3 juni 2015;
- de brief van 4 juni 2015 van de advocaat van Bacardi c.s. houdende bezwaar tegen de akte uitlaten producties.
2.Vorderingen en grondslagen in de hoofdzaak
4.De beoordeling in het incident
Europesehoofdkantoor in Zwitserland heeft zijn in ieder geval niet toereikend om dat aan te nemen.
5.De beslissing
uiterlijk op woensdag 14 oktober 2015ten behoeve van [A] zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan zij zou kunnen worden veroordeeld tot een bedrag van € 20.000.-- door middel van een onherroepelijke afroepgarantie van een gerenommeerde Nederlandse bank op gebruikelijke garantievoorwaarden;
11 november 2015voor conclusie van antwoord in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening en tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak aan de zijde van [A] .