ECLI:NL:RBDHA:2015:11474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende motivering gevaar voor openbare orde
Eiser, een Chinese nationaliteit, werd op 2 september 2015 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onder c en d van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank behandelde het beroep op 16 september 2015.
Verweerder baseerde de bewaring op de genoemde wetsartikelen, maar stelde dat de voorwaarden onder c cumulatief niet gelden, hetgeen de rechtbank verwierp. Tevens volstond verweerder niet met een opsomming van de feiten waarvoor eiser was veroordeeld om het gevaar voor de openbare orde aan te tonen, terwijl het Hof van Justitie vereist dat een individuele beoordeling plaatsvindt.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring vanaf het begin in strijd was met de wet en beveelde onmiddellijke opheffing. Daarnaast kende zij eiser een schadevergoeding toe van € 1330,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van € 980,-.
Uitkomst: De bewaring wordt onmiddellijk opgeheven wegens onvoldoende individuele beoordeling van het gevaar voor de openbare orde en een schadevergoeding wordt toegekend.