ECLI:NL:RBDHA:2015:11551
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Hongarije op grond van Dublin III-verordening
Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, diende op 19 mei 2015 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Hongarije volgens de Dublin III-verordening verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter nam kennis van een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin een voorlopige voorziening werd toegewezen aan een Syrische asielzoekster die ook dreigde te worden overgedragen aan Hongarije. De staatssecretaris betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt en dat het besluit rechtmatig is.
Gezien de recente jurisprudentie en de spoedeisendheid van de zaak besloot de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor mag verzoeker niet worden overgedragen aan Hongarije totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan Hongarije totdat op het hoger beroep is beslist.