ECLI:NL:RBDHA:2015:11883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en vertraagde indiening
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit bezittende man, diende in 2014 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel nadat zijn eerdere aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning was afgewezen. Hij stelde onder meer bedreigd te zijn vanwege schulden en deelname aan demonstraties in Marokko. Medische adviezen wezen op psychische en lichamelijke klachten, maar behandeling in Marokko werd als mogelijk geacht.
De staatssecretaris wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en het feit dat eiser niet zo snel mogelijk na het einde van zijn rechtmatig verblijf asiel had aangevraagd. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende gedetailleerd en consistent had verklaard over zijn demonstraties en bedreigingen, waardoor de geloofwaardigheid ontbrak.
Daarnaast was er geen gegronde reden voor het vertraagd indienen van de asielaanvraag. Het beroep op artikel 64 Vreemdelingenwet Pro om opvang en medische kosten te verzekeren werd verworpen omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.