ECLI:NL:RBDHA:2015:11961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid bezwaar tegen instemming onderzoek op grond van artikel 10 Wet avv
FNV Metaal verzocht de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een onderzoek in te stellen naar de naleving van algemeen verbindende bepalingen door eiseres. De Inspectie SZW vroeg op grond van artikel 10 Wet Pro avv inlichtingen op bij eiseres. Eiseres maakte bezwaar tegen de instemming met het onderzoek en de gegevensopvraging, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen besluit in de zin van de Awb betrof.
Eiseres stelde dat de instemming en uitvoering van het onderzoek wel degelijk publiekrechtelijke rechtshandelingen met rechtsgevolg waren, onder meer vanwege de opvraging van vertrouwelijke gegevens en mogelijke schending van privacy en mededingingsregels. Verweerder stelde dat het onderzoek geen rechtsgevolgen heeft, geen sancties oplegt en geen juridische verhouding wijzigt.
De rechtbank overwoog dat een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling is die gericht is op rechtsgevolg, zoals het creëren of wijzigen van rechten of plichten. De instemming met het onderzoek en het onderzoek zelf zijn feitelijke handelingen zonder rechtsgevolg. Daarom is het bezwaar niet-ontvankelijk en is het beroep ongegrond verklaard.
Eiseres’ verzoek om voorlopige voorziening om het onderzoek te schorsen werd eerder afgewezen. De rechtbank bevestigt dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het onderzoek geen besluit met rechtsgevolg is.