ECLI:NL:RBDHA:2015:12082
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontruiming woning afgewezen wegens onzekerheid over huurovereenkomst
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres ontruiming van haar woning door gedaagde, die de woning sinds begin september 2015 bewoont. Eiseres stelt dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft, terwijl gedaagde betwist dat en stelt dat er een huurovereenkomst is gesloten.
De voorzieningenrechter overweegt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen bij grote waarschijnlijkheid van toewijzing in een bodemprocedure kan worden toegewezen. De kern van het geschil is of tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen. Gedaagde heeft dit gemotiveerd gesteld en onderbouwd, terwijl eiseres dit betwist.
De rechter oordeelt dat niet kan worden uitgesloten dat een huurovereenkomst mondeling tot stand is gekomen, mede gelet op het feit dat gedaagde de sleutel kreeg, verbouwingen uitvoerde, en dat er afspraken zijn gemaakt over meterstanden en betaling. Nader onderzoek in een bodemprocedure is nodig om dit definitief vast te stellen.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en op 21 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen vanwege onzekerheid over het bestaan van een huurovereenkomst.