Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[de vader] ,
[de moeder] ,
1.[de grootvader] ,
[de grootmoeder] ,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vorderen de ouders een contact- en omgevingsverbod tegen de grootouders vanwege herhaaldelijk ongewenst contact en negatieve uitlatingen die angst veroorzaken bij de minderjarige kinderen. De ouders hebben een verleden van drugsgebruik en strafbare feiten, maar zijn inmiddels hersteld en onderhouden een goede verstandhouding met hun kinderen. De grootouders zijn de enige negatieve factor en hebben onder meer de verblijfplaats van de kinderen achterhaald en zijn onaangekondigd verschenen bij voetbalwedstrijden en school, wat de kinderen angstig maakt.
De grootouders hebben eerder een verzoek tot omgangsregeling ingediend dat niet-ontvankelijk werd verklaard. In de procedure stellen zij zich bereid om zich aan verboden te houden, maar wijzen zij de voorgestelde afstandsbeperkingen af vanwege uitvoerbaarheidsproblemen en onbedoelde gevolgen zoals het verbod op toevallige ontmoetingen.
De rechtbank wijst het contactverbod toe voor een periode van één jaar, verbiedt direct en indirect contact behalve via advocaten, en legt een dwangsom op bij overtreding. Het verbod op negatieve uitlatingen via media wordt eveneens toegewezen. Een machtiging tot inzet van politie wordt niet verleend en lijfsdwang wordt afgewezen als ultimum remedium. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank legt een contactverbod op aan de grootouders met een dwangsom bij overtreding en verbiedt negatieve uitlatingen via media voor de duur van één jaar.