Uitspraak
RECHTBANK den haag
[naam kind 1]en
[naam kind 2]
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft namens zichzelf en haar twee minderjarige kinderen bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen uitzetting naar Armenië op 3 november 2015 en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de echtgenoot van verzoekster reeds is uitgezet, maar dat er geen nieuwe feiten zijn die het eerdere oordeel over evidente frustratie van de uitzetting wijzigen.
De voorzieningenrechter weegt mee dat verweerder heeft toegezegd de jongste zoon, zodra zijn verblijfplaats bekend is, zo spoedig mogelijk met het gezin te herenigen in Armenië. De stukken die zouden aantonen dat de echtgenoot is opgepakt en verhoord zijn niet vertaald of geverifieerd, waardoor daaraan geen waarde wordt gehecht.
Gelet op het ontbreken van voldoende nieuwe feiten en het spoedeisend belang, maar ook het beleid dat gezinnen niet gescheiden worden uitgezet, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding om het eerdere oordeel van 27 oktober 2015 te herzien. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting van verzoekster en haar kinderen wordt afgewezen.