Eiseres betwist het door verweerder toegekende bedrag aan tegemoetkoming in planschade aan eigenaar [A] van een appartement in het gebouw De Bouwmeester te Den Haag. Het geschil betreft de waardevermindering van het appartement door het bouwplan De Bouwmeester, waarbij een motorbrandstofverkooppunt niet meer gerealiseerd kan worden vanwege privaatrechtelijke belemmeringen.
De rechtbank overweegt dat de datum van het schadeveroorzakende planologische besluit relevant is voor het vaststellen van de schade, maar niet beslissend voor de vraag of de maximale planologische mogelijkheden benut kunnen worden. De rechtbank volgt eiseres in de stelling dat de toestemming van alle appartementseigenaren en het bestuur van de VvE noodzakelijk is en dat deze toestemming met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet zal worden gegeven, waardoor het realiseren van het motorbrandstofverkooppunt illusoir is.
Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt de tegemoetkoming in planschade vast op € 3.400,-- plus wettelijke rente vanaf 11 juli 2013. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiseres.