Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
bij de voorbereidingvan de beslissing van de rechtbank Rotterdam fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd.
Rechtbank Den Haag
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en vier maanden en verblijft sinds 2006 in detentie. De rechtbank Rotterdam stelde de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) van eiser uit en besloot later tot het geheel achterwege laten van de VI vanwege ernstig wangedrag en onvoldoende medewerking van eiser.
Eiser stelde dat de beslissing was gebaseerd op onjuiste informatie, omdat terugbelverzoeken van de reclassering niet aan hem waren doorgegeven. Hij vorderde via de civiele rechter onmiddellijke invrijheidstelling en schadevergoeding. De rechtbank oordeelde echter dat tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam geen rechtsmiddel openstaat en dat de civiele rechter deze beslissing niet kan toetsen.
De rechtbank overwoog dat geen fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en dat de executie van de straf slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden opgeschort. Daarom werd de vordering tot invrijheidstelling en de schadevergoeding afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling en schadevergoeding wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.