ECLI:NL:RBDHA:2015:13342
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Zwitserse autoriteiten in visumaanvraagprocedure kort verblijf
Eiseres, van Sri Lankaanse nationaliteit, vroeg op 11 december 2014 een visum kort verblijf aan bij de Zwitserse ambassade in Colombo, die namens Nederland bevoegd is om visumaanvragen te behandelen sinds 1 oktober 2014. De Zwitserse ambassade wees de aanvraag af op 22 december 2014. Eiseres maakte bezwaar bij de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst, die zich op 10 februari 2015 onbevoegd verklaarde om op het bezwaar te beslissen. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Visumcode en een bilaterale overeenkomst tussen Nederland en Zwitserland, de Zwitserse autoriteiten volledig vertegenwoordigingsbevoegd zijn, inclusief het nemen van beslissingen en behandelen van bezwaren. De Nederlandse instantie is daarom niet bevoegd om het bezwaar te behandelen. Eiseres was op de hoogte dat bezwaar bij Zwitserland moest worden ingesteld.
Eiseres voerde aan dat de procedure in Zwitserland bezwaarlijk is vanwege taal, onbekendheid met het rechtssysteem en kosten, en dat dit strijdig zou zijn met Europese rechtsbeginselen. De rechtbank oordeelde echter dat Zwitserland partij is bij het EVRM en dezelfde procesrechten waarborgt. Het beroep werd ongegrond verklaard en een prejudiciële vraag werd niet gesteld vanwege de duidelijke regeling in de Visumcode.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het onbevoegdheidsbesluit van de IND wordt ongegrond verklaard.