ECLI:NL:RBDHA:2015:13599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van milieuschade door asbestverwijdering bij sloop silo
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte, bestuurder van een sloopbedrijf, zich schuldig had gemaakt aan milieudelicten door onzorgvuldige verwijdering van asbesthoudende coating tijdens de sloop van een silo in Hazerswoude-Rijndijk.
De sloop vond plaats in april 2013, waarbij asbestinventarisaties en werkplannen waren opgesteld conform de SC-530 regeling. Tijdens de uitvoering werd de werkwijze aangepast van handmatige verwijdering naar gecontroleerde sloop met een kraan vanwege instabiliteit van de muur. Later werd asbest aangetroffen buiten het afgezette gebied, maar het was onduidelijk of dit afkomstig was van de oude silo of elders.
De verdediging stelde dat verdachte niet wist en ook niet kon weten dat nadelige milieugevolgen zouden ontstaan en dat gehandeld was volgens de best beschikbare technieken. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn handelen milieuschade veroorzaakte.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. De rechtbank benadrukte dat de werkwijze niet in strijd was met de SC-530 regeling en dat het niet noodzakelijk was om bij wijziging van de werkwijze opnieuw een veiligheidsdeskundige te raadplegen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn handelen milieuschade door asbestverwijdering veroorzaakte.