ECLI:NL:RBDHA:2015:13634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan aannemelijk verband politieke vervolging en strafrechtelijke veroordeling in Turkije
Eiser, een Turkse staatsburger, vroeg asiel aan op grond van vermeende politieke vervolging vanwege zijn betrokkenheid bij de HEPAR-partij en zijn werk voor de geheime dienst. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat het causale verband tussen de strafrechtelijke veroordeling en politieke vervolging niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank bevestigde dat de HEPAR-partij legaal is en dat er geen bewijs is dat leden vervolgd worden vanwege politieke activiteiten. Ook de stelling dat eiser geheime informatie bezit die hem tot doelwit zou maken, werd niet geloofwaardig geacht vanwege het ontbreken van concrete onderbouwing.
Verder bleek uit het dossier dat eiser geen problemen ondervond vanwege zijn Koerdische afkomst die als vervolging konden worden aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen kosten aan één van de partijen toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 22 oktober 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.