ECLI:NL:RBDHA:2015:13913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing herbestemming militair naar Commando Zeestrijdkrachten wegens onvoldoende motivering
Eiser, een sergeant der eerste klasse bij de Koninklijke Luchtmacht, verzocht op 3 februari 2014 om herbestemming naar het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK). Dit verzoek werd op 9 december 2014 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard bij besluit van 12 mei 2015. Eiser voerde aan dat hij mocht vertrouwen op een overgang naar het CZSK, mede door toezeggingen van zijn loopbaanbegeleider en het feit dat hij al jaren bij het CZSK werkzaam was.
Verweerder beriep zich aanvankelijk op artikel 4:6 Awb Pro, maar liet dit standpunt ter zitting vallen. De rechtbank oordeelde dat het hier een eerste verzoek om herbestemming betrof, waardoor artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing was. De belangenafweging van verweerder werd betrokken in het oordeel.
De rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte aannam dat eiser een functie binnen het CLSK wilde, terwijl hij specifiek herbestemming naar het CZSK vroeg. Verder bleek uit stukken en e-mails dat er wel vacatures waren bij het CZSK en dat het organisatiebelang van de Koninklijke Luchtmacht niet zwaarder kon wegen dan het persoonlijke belang van eiser. Verweerder had onvoldoende contact gezocht met het CZSK om het wederzijds belang te bespreken.
De motivering van het bestreden besluit was onvoldoende, met name omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat het organisatiebelang zwaarder woog dan het persoonlijk belang van eiser. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 12 mei 2015 wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.