ECLI:NL:RBDHA:2015:14077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag alleenstaande moeder uit Koerdische Autonome Regio wegens onvoldoende risico op schending EVRM artikel 3
Eiseres, een alleenstaande ongehuwde moeder met de Iraakse nationaliteit, heeft meerdere keren asiel aangevraagd in Nederland. Haar eerdere aanvragen werden afgewezen, maar enkele besluiten werden vernietigd wegens procedurele fouten zoals het ontbreken van een beëdigde tolk. Bij het bestreden besluit van 15 juni 2015 wees de staatssecretaris haar asielaanvraag opnieuw af, stellende dat terugkeer naar de Koerdische Autonome Regio (KAR) geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank bevestigt dat de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas reeds in een eerdere uitspraak vaststaat en gaat vervolgens in op het risico op eerwraak bij terugkeer naar Halabja in de KAR. Uit ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken en openbare bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in de KAR relatief stabiel is, vooral voor alleenstaande vrouwen, en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat eiseres persoonlijk gevaar loopt.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar asielaanvraag gegrond is op omstandigheden die een verblijfsvergunning rechtvaardigen. Ook is verweerder niet gehouden om ambtshalve te onderzoeken of eiseres op grond van artikel 8 EVRM Pro in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning, vanwege het overgangsrecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.