ECLI:NL:RBDHA:2015:14090
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod uitlevering aan Turkije wegens onvoldoende risico schending mensenrechten
De rechtbank Den Haag behandelde een kort geding waarin eiser verzocht om een verbod op zijn uitlevering aan Turkije. Eiser, van Koerdische afkomst en zonder verblijfstitel in Nederland, wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en poging tot invoer van heroïne. De Turkse autoriteiten hebben garanties gegeven dat de verdenking geen politiek karakter heeft.
Eiser vreesde schending van zijn rechten onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name artikel 3 (verbod op foltering) en artikel 6 (recht op een eerlijk proces), mede vanwege zijn Koerdische achtergrond en dreiging door Turkse Hezbollah. De rechtbank oordeelde dat het risico op schending onvoldoende concreet was onderbouwd en dat garanties van Turkije en het bestaan van rechtsmiddelen in Turkije meewegen.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat uitlevering kan plaatsvinden indien het risico op schending van EVRM-rechten niet aannemelijk is gemaakt.
Uitkomst: De vordering tot verbod op uitlevering aan Turkije wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending van mensenrechten.