Uitspraak
1214861 \ EJ VERZ 12-86611
Rechtbank Den Haag
De officier van justitie verzocht de kantonrechter om machtiging tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling tegen betrokkene wegens het niet voldoen van een administratieve sanctie van €45,00 opgelegd voor het niet gebruiken van de rijbaan als snorfietser bij ontbreken van een verplicht fietspad.
Uit het dossier blijkt dat betrokkene geen beroep heeft ingesteld tegen de beschikking en dat pogingen tot verhaal zonder dwangbevel en via een dwangbevel niet tot volledige betaling hebben geleid. Het CJIB heeft ook geprobeerd het rijbewijs van betrokkene in te nemen, maar betrokkene heeft hier niet aan voldaan. Betrokkene heeft geen betalingsonmacht gemeld of een regeling voorgesteld.
De kantonrechter stelt dat gijzeling alleen kan worden toegepast als er een reële verwachting bestaat dat betrokkene kan betalen maar niet wil. Het ontbreken van opname in bewind-, curatele- of insolventieregisters is geen bewijs dat betrokkene kan betalen. Ook is niet gebleken dat alle dwangmogelijkheden zijn uitgeput. Gezien de omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van betalingsonwil, waardoor de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot gijzeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsonwil.