ECLI:NL:RBDHA:2015:14969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen geldbedrag met onttrekking aan het verkeer van contant geld
Op 12 juli 2014 werd in de kofferbak van een auto waarin verdachte zat een groot geldbedrag van €30.090,- aangetroffen. Verdachte werd verdacht van witwassen van dit bedrag, waarvan vermoed werd dat het afkomstig was uit drugshandel. Tijdens de terechtzitting op 26 november 2015 ontkende verdachte kennis te hebben gehad van het geld. Onderzoek toonde aan dat meerdere personen de auto gebruikten, maar het was niet bewezen dat verdachte vaste gebruiker was of op de hoogte was van het geld.
De politierechter achtte aannemelijk dat het geld een illegale herkomst had, maar sprak verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs dat het geld van hem was of dat hij daarvan wist. De officier van justitie had gevangenisstraf en verbeurdverklaring gevorderd, maar verbeurdverklaring is niet mogelijk bij vrijspraak.
De politierechter oordeelde dat teruggave of bewaring van het besmette geld onwenselijk is omdat het dan in het economisch verkeer zou komen, wat schadelijk is voor de integriteit van het financiële verkeer. Ondanks jurisprudentie van de Hoge Raad besloot de politierechter het geldbedrag van €30.090,- onttrekken aan het verkeer.
Daarnaast werd een kleiner bedrag van €125,- teruggegeven aan verdachte. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis werd uitgesproken op 10 december 2015 door politierechter S.M. Krans.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen, maar het geldbedrag van €30.090,- wordt onttrokken aan het verkeer.