ECLI:NL:RBDHA:2015:1519
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende medische belemmering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn uitzetting naar Albanië te voorkomen, zodat hij een nieuw verzoek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kan indienen. Eerder was een soortgelijk verzoek afgewezen en was een bezwaar ongegrond verklaard.
De medische situatie van verzoeker is beoordeeld aan de hand van een BMA-advies van oktober 2014, waarin werd geconcludeerd dat er geen acute medische noodsituatie was en dat adequate behandeling in het herkomstland mogelijk is. Verzoeker diende een tweede aanvraag in, die buiten behandeling werd gesteld wegens het ontbreken van nieuwe medische informatie.
Hoewel verzoeker sinds februari 2015 problemen had met zelfdilatatie en suïcidale gedachten, bleek uit medische stukken dat hij op 8 februari aangaf geen zelfmoord te willen plegen en dat de katheter goed functioneerde. Een fit-to-fly verklaring bevestigde dat verzoeker geschikt was om te reizen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar tegen uitzetting geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen uitzetting is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe medische belemmeringen.