ECLI:NL:RBDHA:2015:15445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap volgens Nederlands recht bij onbekende verblijfplaats vader
De vrouw heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot ontkenning van het vaderschap van de man over twee minderjarige kinderen. De man en vrouw zijn gehuwd in Indonesië en hebben de Indonesische nationaliteit, evenals de minderjarigen. Volgens Indonesisch recht is een procedure tot ontkenning van het vaderschap niet mogelijk, hetgeen werd bevestigd door een rapport van het Internationaal Juridisch Instituut.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 10:93 lid 2 BW Pro Nederlands recht kan worden toegepast indien het toepasselijke recht ontkenning niet kent, mits dit in het belang van het kind is en de ouders gezamenlijk verzoeken. Omdat de man geen bekende woon- of verblijfplaats heeft en niet is verschenen, is een gezamenlijk verzoek niet mogelijk. De rechtbank acht het onredelijk dit de vrouw tegen te werpen en past daarom Nederlands recht toe.
Op grond van Nederlands recht is het verzoek ontvankelijk en gegrond, omdat geen feiten zijn gebleken die het vaderschap van de man aannemelijk maken. De rechtbank wijst het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe, maar wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af vanwege de aard van de zaak.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap is toegewezen op grond van Nederlands recht.