ECLI:NL:RBDHA:2015:15590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning arbeid in loondienst wegens aanscherping Wet arbeid vreemdelingen
Eisers, Indonesische staatsburgers, vroegen verlenging van hun verblijfsvergunningen onder de beperking arbeid in loondienst. De aanvragen werden afgewezen omdat zij niet voldeden aan de aangescherpte voorwaarden van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) per 1 januari 2014, die de vereiste periode voor vrijstelling van een tewerkstellingsvergunning (twv) verlengde van drie naar vijf jaar zonder overgangsrecht.
Eisers voerden aan dat deze wetswijziging zonder overgangsrecht en zonder tijdige aankondiging in strijd is met internationale, Europese en nationale rechtsbeginselen, waaronder het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Ook stelden zij dat eiser als kennismigrant had moeten worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat het toepasselijke recht het recht was op het moment van ontvangst van de aanvraag (1 oktober 2014), zijnde de nieuwe Wav. Eisers hadden niet voldaan aan de voorwaarden voor verlenging omdat zij niet vijf jaar onafgebroken een geldige verblijfsvergunning met arbeidstoestemming hadden. Het beroep op overgangsrecht, vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalde. De rechtbank verwierp ook het beroep op de kennismigrantenregeling omdat daarvoor geen aanvraag was gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot verlenging af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 24 december 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning arbeid in loondienst wordt ongegrond verklaard.