ECLI:NL:RBDHA:2015:15591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Rwanda wegens ongeloofwaardig relaas over vervolging
Eiser, een Rwandese Tutsi, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege zijn kritische publicaties en geplande presentatie over de genocide in Rwanda door de veiligheidsdienst werd vervolgd, opgepakt en gemarteld. Ondanks waarschuwingen keerde hij terug naar Rwanda, waar hij meerdere keren werd vastgehouden en bedreigd.
De staatssecretaris wees het asielverzoek af omdat het relaas van eiser op meerdere punten ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel, wijzend op tegenstrijdigheden en onlogische verklaringen, zoals het verkrijgen van een paspoort en studiebeurs terwijl hij zogenaamd in de gaten werd gehouden, en het terugkeren naar Rwanda ondanks bedreigingen.
Eiser voerde aan dat de motivering summier was en overhandigde diverse rapporten en artikelen ter onderbouwing van zijn vrees. De rechtbank oordeelde echter dat deze niet tot een ander oordeel leiden, mede omdat de onder pseudoniem gepubliceerde artikelen niet aan eiser konden worden toegerekend.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en daarom niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas.