ECLI:NL:RBDHA:2015:15991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen buitenbehandelingstelling verblijfsvergunning asiel wegens verblijf buiten Nederland langer dan drie maanden
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling namen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat zij langer dan drie maanden buiten Nederland zouden hebben verbleven. De rechtbank toetste of de door eiseressen overgelegde documenten een nieuw feit vormden dat rechtvaardigt dat de besluiten opnieuw worden beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de ingediende stukken, waaronder paspoortstempels, huurcontracten, medische documenten en vervoersbewijzen, geen novum vormen omdat zij niet de gehele periode van verblijf buiten Nederland dekken en niet in voldoende mate aan eiseressen kunnen worden gerelateerd. Ook ontbraken bijzondere omstandigheden die een afwijking van de vaste rechtspraak rechtvaardigen.
Verder ging de rechtbank niet in op het standpunt van verweerder dat de verantwoordelijkheid voor de asielaanvragen bij Tsjechië ligt, noch op de stelling van eiseressen dat zij bewust de regels van Verordening 604/2013 trachtten te omzeilen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van eiseressen tegen de buitenbehandelingstelling van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.