ECLI:NL:RBDHA:2015:16026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot faillietverklaring wegens relatieve bevoegdheid
Op 22 januari 2015 werd bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot faillietverklaring van een natuurlijke persoon en de vennootschap onder firma waarvan hij vennoot is. De rechtbank beoordeelde dat de woonplaats van de natuurlijke persoon buiten het arrondissement Den Haag ligt, waardoor zij zich op grond van artikel 2 Faillissementswet Pro onbevoegd verklaarde.
Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015 geldt dat het faillissement van een vof niet automatisch het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft. De rechtbank benadrukte dat verzoeken tot faillietverklaring van vennootschap en vennoten wel zoveel mogelijk samen behandeld dienen te worden, maar dit mag de regels van relatieve bevoegdheid niet doorkruisen.
Daarom werd het verzoek overgedragen aan de rechtbank Rotterdam, het arrondissement waar de natuurlijke persoon woonachtig is. Tevens werd opgemerkt dat een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) eveneens bij Rotterdam is ingediend, wat coördinatie tussen faillissements- en WSNP-verzoeken vergemakkelijkt.
De rechtbank gaf hiermee een duidelijke uitleg over de toepassing van relatieve bevoegdheid bij faillissementsverzoeken en de praktische afstemming tussen verschillende procedures.
Uitkomst: De rechtbank Den Haag verklaart zich onbevoegd en draagt het faillissementsverzoek over aan de rechtbank Rotterdam.