ECLI:NL:RBDHA:2015:16039

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2015
Publicatiedatum
11 april 2016
Zaaknummer
C-09-496031-KG RK 15-1800
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 730 RvArt. 1019b RvArt. 1019c RvArt. 709 RvArt. 718 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering opleggen dwangsom bij medewerking conservatoir bewijsbeslag afgewezen

In deze civiele zaak heeft de vennootschap naar vreemd recht verzoekster een verzoek ingediend tot het opleggen van een dwangsom aan de gerekwestreerde BV wegens weigering medewerking te verlenen aan het leggen van conservatoir bewijsbeslag en verhaalsbeslag. Het verzoek volgde op eerder verleend verlof tot het leggen van verschillende vormen van conservatoir beslag.

De rechtbank Den Haag oordeelde dat zij bevoegd was op grond van het Gemeenschapsmerkenrecht en de Nederlandse uitvoeringswetgeving kennis te nemen van het geschil en voorlopige maatregelen te treffen. De voorzieningenrechter stelde vast dat op gerekwestreerde geen wettelijke verplichting rust om medewerking te verlenen bij het leggen van beslag of toegang te verlenen tot bedrijfsruimtes.

De procedurele regeling omtrent toegang door deurwaarders is neergelegd in artikel 444 Rv Pro, waarbij de deurwaarder bij weigering zich tot de burgemeester moet wenden. De weigering van politie en burgemeester om bijstand te verlenen vanwege een staking kon niet gelijk worden gesteld aan de uitzonderingssituatie waarin de Hoge Raad een medewerkingsplicht aannam voor beslag op digitale bestanden in de cloud.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het ontbreken van een wettelijke grondslag voor een algemene medewerkingsplicht betekent dat het verzoek tot oplegging van een dwangsom moet worden afgewezen. De beschikking werd geweigerd, waarmee het verzoek van verzoekster niet werd toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot opleggen van een dwangsom bij weigering medewerking aan conservatoir bewijsbeslag en verhaalsbeslag wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKDen hAag
Team Handel - voorzieningenrechter
rekestnummer: KG RK 15-1800
Beschikking van 14 september 2015
in de zaak van
de vennootschap naar vreemd recht
[X] ,
gevestigd te Willich-Münchheide, Duitsland,
verzoekster,
advocaten: mr. J.S. Hofhuis en mr. J.M. van Hattum te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Y],
gevestigd te Hoge Bergen, gemeente Roosendaal
gerekwestreerde.

1.Het verzoek

1.1.
Op 10 september 2015 is bij het Team Administratie Civiel van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift tot het opleggen van een dwangsom bij weigering tot medewerking aan het leggen van beslag, met daarbij gevoegd 4 bijlagen. Het verzoekschrift is een vervolg op het bij beschikking van 4 september 2015 in de zaak met rekestnummer KG RK 15-1702 aan verzoekster verleende verlof tot het onder gerekwestreerde leggen van conservatoir beslag tot afgifte op grond van artikel 730 Rv Pro, conservatoir bewijsbeslag op grond van artikel 1019b jo 1019c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), gerechtelijke bewaring op grond van artikel 709 Rv Pro en conservatoir verhaalsbeslag onder derden op grond van artikel 718 jo Pro 475 Rv.
1.2.
De raadsman van verzoekster is op 10 september 2015 in de gelegenheid gesteld de grondslag van het verzoek nader te onderbouwen. Dat heeft verzoekster bij e-mail van 11 september 2015 gedaan.
1.3.
Een afschrift van het onderhavige verzoekschrift met bijlagen en een kopie van de e-mail van verzoekster van 11 september 2015 zijn aan deze beschikking gehecht.

2.De beoordeling

Bevoegdheid

2.1.
Aangezien gerekwestreerde in Nederland gevestigd is en haar een inbreuk op Gemeenschapsmerken wordt verweten is de rechtbank Den Haag op grond van artikel 97 lid 1 juncto Pro artikel 96 van Pro Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (hierna: GMVo) en artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om van het bodemgeschil kennis te nemen. Derhalve is de voorzieningenrechter van deze rechtbank op grond van artikel 103 GMVo Pro ook bevoegd tot het treffen van voorlopige en beschermende maatregelen, i.c. in aanvulling op het eerder toegestane beslag.
Bevel medewerking met oplegging dwangsom
2.2.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter rust op gerekwestreerde geen wettelijke verplichting om medewerking te verlenen bij het onder haar te leggen afgiftebeslag en conservatoir bewijsbeslag. Gerekwestreerde is ook niet wettelijk verplicht toegang te verlenen tot haar bedrijfsruimtes aan de voor de beslaglegging ingeschakelde deurwaarder(s).
2.3.
Die toegang wordt door middel van het binnentredingsrecht van de deurwaarder geregeld in artikel 444 Rv Pro. Lid 1 van dat artikel bepaalt dat de deurwaarder ter inbeslagneming toegang heeft tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Lid 2 van dat artikel bepaalt onder meer dat indien de deuren gesloten zijn, of de opening daarvan geweigerd wordt, de deurwaarder zich zal vervoegen bij de burgemeester in wiens tegenwoordigheid de opening van de deuren zal worden gedaan en dat de burgemeester zich kan doen vertegenwoordigen door een ambtenaar van politie die tevens hulpofficier van justitie is.
2.4.
Anders dan verzoekster stelt, is de omstandigheid dat zowel de politie (vanwege de landelijke staking) als de burgemeester in de gemeente Roosendaal desgevraagd hebben geweigerd bijstand te verlenen conform artikel 444 Rv Pro lid 2 voorshands oordelend niet gelijk te stellen met de situatie bedoeld in r.o. 3.9.10 van het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ9958). Ondanks het ontbreken van een wettelijke basis daarvoor heeft de Hoge Raad in dat specifieke geval wel een medewerkingsplicht aangenomen omdat medewerking van de gerekwestreerde dan wel derde de enige mogelijkheid is om digitale bestanden die ‘in the cloud’ worden bewaard in beslag te kunnen nemen. In dit geval gaat het om een situatie die in artikel 444 Rv Pro is geregeld.
2.5.
Dat in dit geval het opleggen van een medewerkingsplicht een praktische oplossing zou zijn om toegang te bewerkstelligen, is voorshands oordelend onvoldoende grond om buiten het wettelijk stelsel van artikel 444 Rv Pro te treden.
2.6.
Gelet op het voorgaande ontbreekt, voorshands oordelend, een grondslag voor de aan gerekwestreerde op te leggen algemene verplichting medewerking te verlenen, danwel een verplichting tot het verlenen van toegang tot haar bedrijfsruimtes, voor het onder haar te leggen beslag. Het verzochte zal worden geweigerd.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
weigert het verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.M. Loos op 14 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.